Mijn haat-liefdeverhouding met wandelen

Bij Refugio Altavista, op 3200 m hoogte op El Teide, met uitzicht op Tenerife. Een belonend uitzicht na een wandeling met meer dan 1000 m hoogteverschil 🙂

Ik ben niet zo heel goed in wandelen. Ten eerste loop ik ontiegelijk langzaam. Als ik beschrijvingen krijg van vrienden hoe lang het lopen is naar de bus/tram/trein/boot/vliegtuig, is dat meestal iets in de trant van “voor mij 8 minuten maar voor jou 15”. Dat langzame van lopen heb ik heel lang ook frustrerend gevonden: door wielrennen kan ik best hard fietsen en daardoor is het een nog grotere tegenstelling met lopen. Mijn tweede probleem met lopen is dat ik regelmatig over stoeptegels heen struikel. Of over mijn eigen voeten. Toch ben ik wandelen vooral de afgelopen paar weken heel fijn gaan vinden. Hierbij mijn ervaringen, van een vulkaan beklimmen tot rondjes lopen in mijn buurt.

De voordelen van wandelen
Allereerst wat theorie. Als mens in de 21 eeuw wordt onze aandacht de hele tijd door van alles en nog wat getrokken, van dingen van werk tot de pingetjes van social media. Het is belangrijk voor ons hoofd om af toe op te laden door iets te doen waarbij je geen gerichte aandacht nodig hebt. Een boek in je werkpauze lezen is dus eigenlijk geen goede pauze, maar een wandeling maken wel! Meestal luister ik dan nog niet eens naar muziek, zodat ik echt even rond kan dwalen, zowel buiten als ondertussen in mijn hoofd. Het interessante is dat de goede ideeën juist komen in die tijden van niets doen.

Daarnaast is wandelen ook heel goed als je stress ervaart. Sommige mensen – ook ik – hebben de neiging om heel hard te gaan sporten, maar dat kan juist leiden tot het aanmaken van meer stresshormonen. Juist daarom kan lopen dan heel goed zijn. Nu heb ik wel eens gelezen dat je eigenlijk matig-intensieve beweging zou moeten hebben, maar wandelen lijkt me ook niet verkeerd. Dat brengt me namelijk tot mijn derde punt: met zoiets als wielrennen ben ik vooral bezig met opletten en kan ik minder van mijn omgeving genieten. Met wandelen hoef ik me alleen maar druk te maken om stoeptegels en kan ik veel meer stilstaan bij wat er om me heen is.

Lopen in de Himalaya en een vulkaan beklimmen
Vroeger op de vakanties met mijn ouders wandelde ik in de bergen al veel met mijn vader. Toen ik in 2018 naar Nepal ging, kon dat niet zonder in de Himalaya gelopen te hebben. Dus maakte ik daar in mijn eentje een (redelijk eenvoudige) trektocht van vier dagen en nog één langere met een gids*. Daardoor begon ik het nog leuker te vinden. Een paar maanden later vloog ik naar Tenerife om van de zon te genieten en de hoogste vulkaan van Spanje te beklimmen (El Teide, 3800 meter). Later volgde nog een vakantie naar het Tatra gebergte in Slowakije en Polen. Af en toe was het ook vreselijk hoor. Dat je benen zo moe zijn dat het je amper lukt het volgende rotsblok omhoog op te stappen. En op El Teide heb ik mezelf echt flink vervloekt toen ik om 6 uur ‘s ochtends in het donker mezelf het laatste stuk naar de top toe sleepte. Bergtoppen zullen ook wel iets vreemds doen met de hoofden van mensen.

Duintoppen in Den Haag en de kinderboerderij
Nu heb ik in Den Haag alleen duintoppen die ik kan bedwingen, dus dat is wat minder spannend. En dan ben ik meestal ook nog te lui om naar het strand te fietsen. Toen ik in maart opeens thuis moest werken, was het wekenlang prachtig weer. Ik ging af en toe naar de kinderboerderij om te kijken of er nog dieren waren geboren, maar hing vooral op mijn dakterras. Die lunchwandelingen werden niet echt een gewoonte, meestal las ik een boek zoals ik net al schreef. Toen ik op een gegeven moment statistieken zag van het aantal stappen per dag, schrok ik best wel. Ik sport wel een paar keer per week, maar op die andere dagen kwam ik soms amper van mijn gat en had ik maar een paar honderd stappen gezet.

Sinds ik dit weet, is mijn streven om op de dagen dat ik niet sport, in ieder geval een half uur te wandelen. Ik probeer elke keer een andere kant uit te zoeken om op te lopen in mijn buurt en heb zo hele nieuwe delen ontdekt en allerlei bijzondere gebouwen. Daarnaast is het ook heel leuk om soms gewoon wat weg te lopen terwijl een luisterboek aanstaat. Het is altijd moeilijk om te zeggen wat iets met je doet, maar na een wandeling voel ik me altijd een stuk beter dan daarvoor.

Dus hup, schoenen aan en naar buiten! Wandel jij graag? Wat doet het met jou?

(*De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik niet alleen over stoeptegels heen struikel. Tijdens de tocht met die gids in Nepal ben ik van een rotsblok afgegleden bij het oversteken van een rivier en heb ik iets in mijn been gescheurd. Omdat de dichtstbijzijnde weg op twee dagen lopen lag, moest ik door een helikopter worden opgehaald :’) )

You may also like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *