De geluksdoctrine [1]

Behalve dat ik graag stukjes typ voor deze site, vind ik het ook leuk om creatief te schrijven. Toen ik amper zelf kon schrijven, dwong ik mijn moeder al om mijn verhaaltjes op papier te zetten. Volgens mij ging de eerste over een hondenvanger. De laatste tijd vind ik het vooral boeiend om na te denken over hoe een samenleving eruit zou kunnen zien. Toevallig past dat bij het thema van deze site geluk. Hierbij mijn eerste verhaaltje over een zogenaamde geluksdoctrine.

Vrijheid

Toen er hard op de deur werd gebonsd, alsof iemand die eruit probeerde te rammen, verliet een diepe zucht mijn mond. Een blik in de spiegel liet mijn humeur zien: een boze frons in mijn voorhoofd, ogen die kil de wereld in keken en lippen die wat naar beneden hingen. Nog een zucht. Ik toverde een glimlach op mijn gezicht die zelfs mij niet voor de gek kon houden, maar het moest maar ermee doorgaan.

Boos zijn was verboden sinds de geluksdoctrine was ingevoerd.

Tegelijkertijd wist ik dat ermee doorgaan niet genoeg voor me zou zijn. Niet meer.

Ik had al twee aantekeningen in mijn dossier. Ik had al twee keer een week in het ziekenhuis moeten doorbrengen op een dieet van drugs en andere weirde shit, in de hoop dat dat een gelukkig persoon van me zou maken. Het had niet gewerkt – overduidelijk, anders stonden ze nu niet voor mijn deur.

Het gezegde was dat driemaal scheepsrecht was.

Onder de geluksdoctrine betekende driemaal executie.

Drie was het getal van de goede dingen. Wie het goede leven voor anderen verstoorde, moest weggehaald worden, als een vervelend zoemende vlieg die doodgeslagen werd.

Ik wilde geen vlieg zijn. Ik wilde een olifant zijn, een vulkaanuitbarsting, een meteorietinslag. Ik wilde de boel op stelten zetten.

Dat idee bracht een werkelijke lach om mijn lippen, al was het eerder een grijns die onheil voorspelde. Maar hoe zouden zij het verschil zien? Het was niet alsof er veel rebellie was onder de geluksdoctrine, want wie wilde nou niet gelukkig zijn? Althans, dat was hoe zij het brachten.

Executie klonk wel een beetje middeleeuws, alsof je met roestige kettingen gegeseld zou worden. Dat zou echter niet de mensen gelukkig maken die het moesten uitvoeren, dus waren er gelukkig niet dit soort pijnlijke martelpraktijken.

Al wist ik niet of het alternatief beter was.

Dat was ook het probleem: ik wist echt niet wat het alternatief was. Alleen dat je nooit meer terugkeerde als je eenmaal werd opgehaald. Dus wat kon het anders zijn dan de dood?

Het maakte echter niet uit.

Het zou namelijk betekenen dat ik vrij zou komen van de geluksdoctrine.

En al was dat misschien niet hoe geluk voor de meesten voelden, voelde het voor mij wel als geluk.

Eindelijk was ik vrij.

You may also like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *