Corona overpeinzingen: verlangen naar de natuur

Foto via Pexels

De natuur heeft altijd al grote aantrekkingskracht op me gehad. Wandelen met de geur van dennennaalden, klimmen naar de toppen van bergen of simpelweg in een grasveld liggen met zicht op de sterren. Het heeft iets. Iets fijns. Soms iets magisch. Bovenal brengt het me rust. Sinds corona is dit gevoel alleen maar sterker geworden en verlang ik naar de natuur.

Ik woon midden in Den Haag, in een drukke winkelstraat naast één van de vele toegangswegen om de stad in en uit te komen. Dat heeft zo zijn leuke en fijne kanten: ik kan rollend naar mijn favoriete café, als ik me verveel fiets ik naar de bioscoop toe of een boekwinkel, en vrienden wonen dichtbij genoeg om niet een soort kruistocht te hoeven ondernemen. Met corona kwam er een eind aan al deze zaken en leek de stad opeens helemaal niet meer zo leuk. Want wat blijft er over van de stad als je niet uit eten kunt of naar de kroeg, niet kunt afspreken met vrienden en je eigenlijk contact met andere mensen moet vermijden? Voor mij niet zo veel.

Plots voelde ik me opgesloten en dat riep gedachten van eerder bij mij op. Dat de stad een soort speeltuin voor volwassenen is, met alle afleiding die ze ons kan bieden. Dat we ons dicht hebben gemetseld, weg van de natuur. Alsof we er bang voor zijn. Misschien ook wel bang zijn voor de gevoelens of gedachten die de natuur in ons losmaken, ik weet het niet. Natuurlijk is het mogelijk om te ontsnappen aan de stad. Maar in een tijd waarin wordt afgeraden met het OV te reizen en zonder andere vervoersmiddelen dan mijn fiets, wordt de wereld erg klein.

En het gaat niet alleen om meer zien, meer beleven. Ik heb gemerkt dat het iets met me doet; om op het strand te zijn, de zee te horen ruisen, om in het bos te zijn, opeens niets dan het gefluit van de vogels in mijn oren te hebben. Ik heb een druk hoofd en de stad met al haar prikkels draagt daar niet aan bij. Maar in de natuur, dan word ik opeens rustig. Maakt het allemaal niet meer zo veel uit. Dan gaat het om die ene wandeling maken, om te genieten van de omgeving. In de natuur kom ik tot mezelf en wordt het daarna opeens veel makkelijker om gedachten op een rijtje te zetten en bijvoorbeeld bepaalde keuzes te maken, dingen te doen.

Daarbij merk ik dat de stad voor mij ook soms een vlucht is. Door vooral veel (met vrienden) op stap te gaan en me zo nu en dan te bezatten in een café, hoef ik niet na te denken over mijn leven of wat dan ook. De natuur dwingt me tot stilstand, laat me luisteren, doet me bij mezelf komen. En dat kan eng zijn. Maar ik merk dat ik er nu klaar voor ben. Ik wil de stilte en de rust, de bezinning en de bijbehorende gevoelens. En dan kijken wat er gebeurt.

Ben jij een stadsmens of meer van de natuur?

You may also like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *